Conclusie
eerste middelklaagt ten aanzien van feit 3 over het bewijs van het medeplegen.
tweede middelbehelst de klacht ten aanzien van feit 3 dat verdachtes opzet op de dood van [slachtoffer 2] niet uit de bewijsvoering van het Hof kan worden afgeleid.
derde middelklaagt ten aanzien van feit 3 dat het oordeel van het Hof ‘dat verdachtes opzet mede de voorbedachte raad omvat’ blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is.
- Op 16 oktober 2008, twee dagen nadat [slachtoffer 1] is doodgeschoten, is [slachtoffer 2] om het leven gebracht door vuurwapengeweld. Dit vuurwapengeweld heeft zich afgespeeld in de groentezaak/toko van de medeverdachte [medeverdachte 4] aan de Bolderweg in Almere;
- De verdachte was erbij toen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] het plan bedachten om [slachtoffer 2] om het leven te brengen. Dit om definitief een einde te maken aan het afpersen van [medeverdachte 4] door [slachtoffer 2] (motief). [medeverdachte 4] heeft aan de verdachte en [medeverdachte 1] te kennen gegeven het niet meer aan te kunnen dat hij door twee personen (te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) werd afgeperst. De verdachte wist dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4] zijn hulp had aangeboden;
- De verdachte wist dat [medeverdachte 1] twee dagen eerder, te weten op 14 oktober 2008, [slachtoffer 1] met vuurwapengeweld om het leven had gebracht;
- Met die wetenschap is de verdachte samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] in de avond van 16 oktober 2008 naar de toko van [medeverdachte 4] in Almere gegaan, teneinde [slachtoffer 2] daar te treffen, terwijl zij wist dat er betalingsproblemen waren tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer 2] en dat [medeverdachte 4] [slachtoffer 2] niet onder ogen wilde komen;
- Bij aankomst in de toko werden drie werkzame illegalen door [medeverdachte 4] naar achteren gestuurd en één van hen heeft [medeverdachte 4] horen zeggen dat er een probleem zou komen;
- De verdachte heeft zich op in de kantoorruimte van de toko opgehouden en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] bevonden zich ergens in of bij de toko;
- Toen [slachtoffer 2] ook in de toko arriveerde, werd hij door de verdachte opgevangen, die hem heeft misleid door hem telkens mede te delen dat [medeverdachte 4] in de buurt was en zo zou komen, terwijl uit niets bleek dat dat het geval zou zijn;
- [slachtoffer 2] is op enig moment vertrokken, maar is snel weer terug gekomen naar de toko. Op dat moment kreeg de verdachte een sms-bericht van [medeverdachte 4] afkomstig van [slachtoffer 2] doorgestuurd met de strekking dat er problemen zouden komen als [medeverdachte 4] niet snel tevoorschijn kwam;
- Aan het voorgenomen plan is vervolgens uitvoering gegeven door [medeverdachte 1] : hij heeft enkele minuten daarna [slachtoffer 2] dood geschoten;
- De verdachte heeft onder meer samen met [medeverdachte 1] de sporen van het misdrijf gewist en haar bijdrage heeft hieruit bestaan dat zij het lijk van [slachtoffer 2] met de auto heeft weggevoerd van de plaats delict.
vierde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.