ECLI:NL:PHR:2015:124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op laatste woord verdachte
De verdachte was door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor mishandeling tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte stelde in cassatie dat hem het recht op het laatste woord ontzegd was tijdens de terechtzitting in hoger beroep. Het proces-verbaal bevestigt dat het onderzoek ter terechtzitting werd gesloten zonder dat verdachte het laatste woord kreeg.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 311 lid 4 Sv Pro het recht op het laatste woord op straffe van nietigheid voorschrijft, ook als verdachte wordt bijgestaan door een advocaat. Dit recht is essentieel voor een eerlijk proces en geeft verdachte de mogelijkheid om als laatste zijn standpunt kenbaar te maken.
De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim om het recht op het laatste woord te verlenen niet kan worden genegeerd via artikel 80a RO, omdat dit recht van grote betekenis is. Daarom wordt het bestreden arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting waarbij het recht op het laatste woord wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op het laatste woord en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.