Conclusie
middelhoudt in dat het hof ten onrechte heeft bewezen verklaard dat sprake is van een handeling ter uitvoering van een wettelijk voorschrift als bedoeld in art. 184, eerste lid, Sr, althans dat het hof het onder 2 bewezen verklaarde feit ten onrechte heeft gekwalificeerd als het in art. 184, eerste lid, Sr bedoelde strafbare feit.