“[slachtoffer], blijkens het proces-verbaal van aangifte geboren op [geboortedatum] 1983, heeft aangifte gedaan vanwege seksueel misbruik door haar oom, [verdachte]. Haar verklaring houdt onder meer het volgende in.
Mijn oom [verdachte] heeft mij seksueel misbruikt vanaf ongeveer mijn zevende tot ongeveer mijn negende levensjaar. Dat gebeurde in Dordrecht. Mijn oom paste altijd op mij en mijn broertje. Als ik ging slapen dan moest ik altijd de televisie uit zetten. Op een gegeven moment kwam mijn oom boven en zei dat ik wel televisie mocht kijken en dat het ons geheimpje was. Op den duur kwam hij naar boven als mijn broertje lag te slapen en hij wilde me dan wat laten zien. Mijn oom liet me toen pornoboekjes zien. Ik was toen ongeveer zeven jaar oud. Na een aantal keer haalde hij zijn penis uit zijn broek. Dat was de eerste keer dat ik een blote penis zag. Daarna leerde hij me hoe ik hem met mijn hand moest bevredigen. Hij gebruikte daarbij plaatjes uit de pornoboekjes. Ik vond het niet leuk om te doen. U vraagt mij wanneer ik stopte met de handmatige handelingen aan de penis van oom [verdachte]. Ik hield er tussentijds wel eens mee op omdat ik het niet meer wilde. Maar hij bleef dan weer op me inpraten waardoor ik het dan maar weer verder deed. Ik heb mijn oom ook wel klaar zien komen. Er kwam dan wit spul uit zijn penis. Het gebeurde altijd in de slaapkamer van mijn ouders.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de verklaring van aangeefster zoals zij die op 17 december 2009 heeft afgelegd bij de rechter-commissaris in de rechtbank Dordrecht, welke onder meer het volgende inhoudt. U vraagt mij over welke periode het misbruik zich uitstrekt. Van mijn zevende tot mijn negende jaar ongeveer. U vraag mij of ik kan zeggen aan wie ik er iets over verteld heb in de periode van na het stoppen van de seksuele handelingen. De eerste die ik het verteld heb is [betrokkene 1]. Later heb ik het nog tegen vriendinnen gezegd, onder andere [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]). U vraagt of ik in mijn dagboek met de naam [verdachte], [verdachte] bedoel. Dat klopt.
U vraagt wanneer ik het aan [betrokkene 1] verteld heb. Tussen mijn tiende en elfde jaar. U zegt dat [betrokkene 1] verklaard heeft dat ik het haar op haar achtste jaar verteld heb. Dan kan wel kloppen dat zij dat zegt, maar volgens mij was ik tussen de tien en de elf jaar en ik ben één jaar ouder dan zij.
Ik heb twee aanknopingspunten waar ik honderd procent zeker van ben. [verdachte] had een relatie met [betrokkene 3] en die relatie is verbroken toen dit speelde. Verder weet ik dat de Bijlmerramp geweest was. Het oppassen is gestopt toen de broer van mijn moeder overleed. Ik weet zeker het tussen mijn zevende en negende jaar gebeurde. Ik weet dat aan de hand van de twee gebeurtenissen die ik beschreef en ik heb van moeder gehoord dat de relatie tussen [verdachte] en [betrokkene 3] uitging toen ik een jaar of zeven was. Ik herinner mij deze twee meetpunten en daarom is deze periode genoemd. Het aantal keren dat het misbruik gebeurd is weet ik niet precies meer. Ik heb gezegd meer dan vijf keer. Iedere keer als hij de kans had en wij alleen waren.
[betrokkene 1] heeft op 29 april 2010 een verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris in de rechtbank Dordrecht welke onder meer het volgende inhoudt. Ik ken [slachtoffer] sinds groep één van de basisschool. U vraag mij of [slachtoffer] wel eens iets tegen mij heeft gezegd over het misbruik. Ja dat klopt. Zij heeft het mij verteld toen wij acht of negen jaar waren. Het kan zijn dat wij negen of tien jaar waren. Het kwam ter sprake omdat wij het toen over misbruik hadden en toen zei zij dat haar oom dat ook bij haar had gedaan.
[betrokkene 2] heeft op 29 april 2010 een verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris in de rechtbank Dordrecht welke onder meer het volgende inhoudt. Ik ken [slachtoffer] van de middelbare school. U vraagt mij wat [slachtoffer] ongeveer tien jaar geleden aan mij heeft verteld. Wij hadden toen allebei een vriendje. Ik merkte dat [slachtoffer] moeite had met aanrakingen door haar vriend en dat zij heel gesloten was. Zij heeft mij toen gezegd dat zij misbruikt zou zijn door de broer van haar moeder en dat deze aan haar borsten had gezeten en dat zij aan zijn penis moest zitten en dat zij dat moest toelaten. U vraagt mij of ik ten tijde van [slachtoffer]'s verhaal van tien à elf jaar geleden wist dat het om [verdachte] ging. Ja, dat wist ik.
Van het dagboek van aangeefster heeft het hof de volgende passages in aanmerking genomen.
18 februari 1998: ‘Ik moet even me hart luchten. Vroeger ik was een meisje van een jaar of 6 a 8 jaar. Me vader en moeder gingen in het weekend af en toe op stap en dan past mijn oom [verdachte] altijd op en toen heeft hij mij seksueel misbruikt en nu heb ik het daar best moeilijk mee. Maar ik durf er niet met me ouders over te praaten want dan kom mijn famillie ook het te weten en die gaan met toch niet geloven. Me vriendinnen weten het wel. En ik zou zo graag willen dat hij er voor gestraft wordt en weet je wat ik nog het ergs vind dat hij gewoon met een staale gezicht bij ons langs kom maar sorry ik walg echt van hem. Ik haat hem. Tieves klootzak.'
17 augustus 1999: ‘Tegen me eigen moeder kan ik niet eens eerlijk zijn. Ik kan slechts tegen me moeder gaan zeggen dat ik sexueel misbruikt ben door haar jongste broertje. Ik wil dood.'
18 augustus 1999: 'Ook dat wat er vroeger is gebeurd daar moet ik alleen uit zien te komen. Oke ik kies daar zelf voor maar heb wel mijn redenen daarvoor. Ik heb nu als enige daar verdriet van. Als ik het ga vertellen heeft de hele familie daar verdriet van en de banden zijn dan verbroken. Ze zouden echt niet allemaal mijn geloven en mijn moeder zal daardoor meer zenuwen krijgen en zo verslechter haar ziekte. …. en als ik hem aangeeft, als hij al een straf krijgt is het maar 1 jr of 2 jr. Maar 1% van de gevallen worden ze veroordeeld. De andere 99 gevallen dus niet. Dat komt door gebrek aan bewijs.
Nou ik heb geen bewijs. Er is niemand bij geweest die het heeft gezien. Dus het heeft dan toch geen nut dat ik het ga vertellen. Misschien heeft dan toch geen nut dat ik het ga vertellen. Misschien vertel ik het ooit nog wel maar nou kan ik het nog niet. Maar later moet hij niet gaan denken dat hij bij mij later over de vloer mag komen en mijn kinderen vasthouden. Misschien doet hij bij hun wel hetzelfde.
Ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2012 heeft de verdachte een verklaring afgelegd welke onder meer - zakelijk weergegeven – het volgende inhoudt. Vanaf ongeveer mijn tiende levensjaar was ik elk weekeinde bij [betrokkene 4], mijn zus. Ik heb vaak opgepast op haar kinderen. Het klopt dat ik een relatie heb gehad met [betrokkene 3]. De relatie is geëindigd in de periode tussen mijn achttiende verjaardag en kerst. Dat zou dan in het jaar 1991 zijn geweest. De kast van mijn zus lag vol met pornoromans. Ik heb gezien dat [slachtoffer] die romans ook las. Seksboekjes lagen boven in de slaapkamer op een kast in een tas."