Conclusie
middelklaagt dat het Hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor meermalen ontucht plegen met een minderjarige die aan zijn zorg was toevertrouwd. Het hof had hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden. De verdachte stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring, stellende dat het bewijs uitsluitend steunde op de verklaring van één getuige, hetgeen volgens art. 342, tweede lid, Sv niet voldoende is.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat het bewijs niet uitsluitend mag steunen op één getuige zonder voldoende steunbewijs. Het onderscheid tussen de betrouwbaarheid van een verklaring en het bewijsminimum wordt benadrukt. In dit geval is het steunbewijs voldoende aanwezig, bestaande uit verklaringen van vriendinnen van het slachtoffer, dagboekaantekeningen van het slachtoffer en een verklaring van de verdachte zelf waarin hij het oppassen bevestigt en kennis heeft van pornoboekjes die bij het misbruik werden gebruikt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een grensgeval dat een nadere motivering van het steunbewijs vereist. De verklaring van het slachtoffer wordt op bepaalde punten bevestigd door andere bewijsmiddelen, waardoor het bewijsminimum is gehaald. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het bewijsminimum is gehaald en de veroordeling terecht is.