ECLI:NL:PHR:2014:493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigening A9-omlegging ondanks mededingingsrechtelijke bezwaren
In deze zaak vorderde de Staat vervroegde onteigening van een perceelsgedeelte van Chipshol ten behoeve van de omlegging van de Rijksweg A9 nabij Badhoevedorp. Chipshol voerde verweer tegen de onteigening, stellende dat de tracékeuze bevoordeling van overheidsgelieerde partijen inhoudt en dat sprake is van misbruik van recht. De rechtbank wees dit verweer af, stellende dat de Mededingingswet niet strekt tot bescherming van privaat eigendom en dat volledige schadeloosstelling plaatsvindt, waardoor feitelijke bevoordeling ontbreekt.
Chipshol stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende aandacht had besteed aan het misbruik van recht en de mogelijke bevoordeling van overheidspartijen. De Hoge Raad bevestigde dat de onteigeningsrechter geen zelfstandige beoordeling van de noodzaak of rechtmatigheid van de onteigening mag maken, behalve bij gewijzigde omstandigheden na het onteigeningsbesluit. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het beroep op misbruik van recht onvoldoende was onderbouwd en dat de mededingingsrechtelijke bezwaren niet afdoen aan de rechtsgeldigheid van het onteigeningsbesluit.
De Hoge Raad benadrukte dat de keuze van het tracé in een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke procedure was getoetst en dat de onteigeningsrechter zich moet beperken tot de formele toetsing van het onteigeningsbesluit. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de vervroegde onteigening rechtsgeldig bleef. De zaak illustreert de beperkte rol van de onteigeningsrechter en het belang van bestuursrechtelijke procedures bij tracébesluiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Chipshol wordt verworpen en de vervroegde onteigening blijft rechtsgeldig.