Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
5.3.3.5. Schending van de belangen van de verdediging
13.Het eerste middelfaalt.
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring onder 1 en 2 niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. Er zijn twee klachten: 1. De bewijsmotivering van medeplegen bevat een groot aantal niet redengevende omstandigheden; 2. Niet duidelijk is waaraan het Hof een cruciale redengevende omstandigheid heeft ontleend.
19.Ook het tweede middel treft geen doel.
derde middelklaagt dat Hof het verweer houdende dat de kinderen niet (wederrechtelijk) van hun vrijheid zijn beroofd ten onrechte dan wel ontoereikend heeft verworpen en dat de bewezenverklaring van dit bestanddeel (onder 1, eerste cumulatief) niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
24.Het derde middeltreft geen doel.
vierde middelklaagt over de verwerping van het verweer dat ter zake van de onder 2 bewezenverklaarde feiten geen sprake is geweest van een strafbare poging en ook overigens over de motivering van de bewezenverklaring van die strafbare poging.
sub 1toepasselijk had geacht. De Hoge Raad oordeelde: Van het telastegelegde misdrijf vormt, al ware het slechts om het bepaalde in art. 312 lid Pro 2art. 312 lid 2 sub 1, eenheid van plaats (zij het in ruime zin opgevat) voor de beide onderdelen van het samengestelde delict (diefstal met geweld) een noodzakelijk bestanddeel. In dit opzicht achtte de Hoge Raad het arrest van het Hof onvoldoende gemotiveerd. Maar omdat in art. 312 lid Pro 2art. 312 lid 2 onder 1 en 33 Sr nader wordt aangeduid waar 'het feit' moet hebben plaatsgevonden ligt een beperking naar plaats daar eerder voor de hand dan in art. 312 lid Pro 2art. 312 lid 2 onder 2 en art. 312 lid Pro 3art. 312 lid 3 Sr. Het ligt voor de hand, dat t.a.v. de tijd in soortgelijke geest geoordeeld moet worden.”
31.Het vierde middeltreft evenmin doel.
vijfde middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd cumulatief onder 2 zowel medeplegen van een poging tot diefstal met geweld als medeplegen van een poging tot afpersing heeft bewezenverklaard en daarbij is uitgegaan van meerdaadse samenloop.
38.Het vijfde middelfaalt.
zesde middelkomt op tegen de bewezenverklaring onder 2, omdat ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd is bewezen verklaard dat de verdachten het voornemen hadden [slachtoffer 2] door geweld of bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld.
41.Ook het zesde middeldeelt het lot van de andere middelen.
bij de Hoge Raad der Nederlanden