Conclusie
eerste middelheeft het Hof het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdachte dat zij de in de bewezenverklaring genoemde goederen heeft weggenomen terwijl haar door derden bedwelmende middelen waren toegediend op ontoereikende gronden weerlegd.
tweede middelklaagt dat het verzoek tot het horen van [betrokkene 2] als getuige op ontoereikende gronden is verworpen.
derde middelklaagt over de afwijzing van het verzoek de zaak aan te houden in afwachting van de antwoorden op de door de raadsman gestelde vragen aan [betrokkene 3], bij wie verdachte in behandeling is.
vierde middelhoudt in dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bepaalde in art. 14g lid 2 jo. 22b Sr in de weg staat aan tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van veertien dagen in de vorm van een taakstraf.
- het oorspronkelijk door de regering voorgestelde art. 22b Sr:
lichamelijkeintegriteit. Een en ander wil uiteraard niet zeggen dat de rechter de gevolgen die een misdrijf heeft gehad voor het geestelijk welzijn van het slachtoffer niet kan en zal meewegen bij de straftoemeting. De ernstige psychische gevolgen rechter doen besluiten geen taakstraf, maar een gevangenisstraf op te leggen.