ECLI:NL:PHR:2014:1162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing cultuurgrondvrijstelling op bedrijfsmatig geëxploiteerde weilanden bij ponyfokkerij
Belanghebbende exploiteert een fokbedrijf voor Welsh pony's met bedrijfsmatig gebruik van weilanden waarop de pony's grazen en die minimaal eenmaal per jaar worden gemaaid om hooi te verkrijgen. De heffingsambtenaar stelde de waarde van deze weilanden vast zonder toepassing van de cultuurgrondvrijstelling. Rechtbank en Hof oordeelden dat de cultuurgrondvrijstelling wel van toepassing is omdat het gebruik van de weilanden als weidebouw en veehouderij binnen de definitie van landbouw valt.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek stelde in cassatie dat het weiden van pony's niet samengaat met weidebouw en dat paarden en pony's niet als vee kunnen worden aangemerkt, waardoor de cultuurgrondvrijstelling niet van toepassing zou zijn. Tevens stelde het college dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de weilanden als landbouwgrond moeten worden aangemerkt.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het begrip landbouw in de cultuurgrondvrijstelling ruim moet worden uitgelegd, zoals in artikel 7:312 BW Pro, en dat het fokken en houden van pony's, evenals het maaien van weilanden voor hooi, onder landbouw valt. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep van het college ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college wordt ongegrond verklaard en de cultuurgrondvrijstelling wordt toegepast op de weilanden.