Conclusie
[verdachte]
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor een tenlastelegging, maar de rechtbank sprak verdachte vrij van een ander feit en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van tien weken voor diefstal met braak.
Verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in, dat op dezelfde dag werd ingetrokken en direct weer ingesteld door zijn raadsman vanwege een vermeend gebrek aan de volmacht in de oorspronkelijke machtiging. De raadsman beriep zich op bijzondere omstandigheden om te betogen dat de intrekking niet als afstand van het recht tot het instellen van cassatie moet worden gezien.
De Hoge Raad overweegt dat de intrekking van een rechtsmiddel in beginsel afstand betekent van de bevoegdheid het rechtsmiddel opnieuw aan te wenden, maar dat in bijzondere omstandigheden hiervan kan worden afgeweken. In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat de intrekking uitsluitend diende om een technische fout in de volmacht te herstellen en dat dit een bijzondere omstandigheid vormt waardoor geen afstand is gedaan.
De Hoge Raad leidt hieruit af dat verdachte ontvankelijk is in het cassatieberoep en dat het eerste middel slaagt, wat inhoudt dat de zaak opnieuw door een hof moet worden berecht. Het tweede middel behoeft daarom geen bespreking meer.
Uitkomst: Verdachte is ontvankelijk in het cassatieberoep ondanks de intrekking vanwege een technische volmachtmisslag.