ECLI:NL:HR:2013:BZ7146

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/02172
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontvankelijkheid cassatieberoep bij onvolkomen volmacht advocaat

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een cassatieberoep centraal, waarbij een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker was gegeven om het beroep in cassatie in te stellen. De Hoge Raad herhaalde de eis dat een volmacht moet bevatten dat de advocaat bepaaldelijk door de verdachte is gemachtigd om cassatie in te stellen. In dit geval ontbrak die specifieke verklaring in de volmacht.

Desondanks oordeelde de Hoge Raad, onder verwijzing naar een eerdere uitspraak (LJN BZ3924), dat het feit dat advocaten namens de verdachte een cassatieschriftuur hadden ingediend impliceert dat de verdachte de wens had om rechtsgeldig cassatie in te stellen. Hierdoor leidt de onvolkomen volmacht niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden, maar de Hoge Raad gaf hem alsnog de gelegenheid zich over de middelen uit te laten. De zaak werd verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling.

Het arrest benadrukt het belang van correcte volmachten bij cassatieprocedures, maar toont ook een zekere soepelheid wanneer de wil van de verdachte om cassatie in te stellen duidelijk blijkt uit het handelen van zijn advocaten.

Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de onvolkomen volmacht niet leidt tot niet-ontvankelijkheid en verwijst de zaak naar de rolzitting.

Uitspraak

16 april 2013
Strafkamer
nr. S 11/02172
Hoge Raad der Nederlanden
Tussenarrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 maart 2011, nummer 20/001445-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. C. Reijntjes-Wendenburg en mr. D.M. Penn, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding behoort een door de Griffier van het Gerechtshof
's-Hertogenbosch en de comparant ondertekende "Akte cassatie", inhoudende:
"Parketnummer: 20-001445-10
(...)
Heden, 28 april 2011, verscheen ter griffie van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
[betrokkene 1],
administratief ambtenaar bij dit gerechtshof,
blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1968,
wonende te [woonplaats],
die verklaarde beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van 28 maart 2011, alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen beslissingen, door dit hof gewezen in de zaak met parketnummer 20-001445-10 tegen [verdachte] voornoemd."
2.2. Aan deze akte cassatie is gehecht een faxbericht, gericht aan het "Gerechtshof Den Bosch Strafgriffie", inhoudende:
"Maastricht, 27 april 2011
Betreft: [verdachte]/OM
Uw ref: 20-001445-10
(...)
In bovengenoemde zaak stel ik mij als raadsman van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats]. Het verstekvonnis d.d. 28 maart 2011 is op 22 april 2011 aan hem bekendgemaakt.
Namens cliënt machtig ik hierbij de griffier van uw Hof om cassatie in te stellen tegen voornoemd arrest van uw Hof met rolnummer: 20-001445-10. Gelet op de in acht te nemen termijn, verzoek ik u hiervoor per ommegaande zorg te willen (doen) dragen.
Voorts verzoek ik u mij een kopie van de akte rechtsmiddel te doen toekomen.
U bij voorbaat dankend voor uw medewerking in deze en in afwachting van uw nadere berichten, verblijft,
Hoogachtend,
D.M. Penn."
2.3. Een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om beroep in cassatie in te stellen moet inhouden de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van dat beroep (vgl. HR 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102). In aanmerking genomen dat het faxbericht van mr. D.M. Penn niet inhoudt dat hij bepaaldelijk door de verdachte is gemachtigd beroep in cassatie in te stellen, is aan deze voorwaarde niet voldaan.
2.4. In zijn arrest van 19 maart 2013, LJN BZ3924, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat uit de omstandigheid dat, zoals in het onderhavige geval is gebeurd, namens de verdachte een cassatieschriftuur is ingediend door advocaten die hebben verklaard daartoe door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, moet worden afgeleid dat aan een onvolkomen volmacht bij het instellen van cassatieberoep de wens van de verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die onvolkomen volmacht niet behoeft te leiden tot
niet-ontvankelijkverklaring in het cassatieberoep.
3. Slotsom
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep en heeft zich niet uitgelaten over de voorgestelde middelen.
De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 april 2013;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 16 april 2013.