ECLI:NL:PHR:2013:CA3291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor belemmering politieonderzoek en hulp bij ontkomen aan aanhouding
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens witwassen en het opzettelijk verbergen van voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen, alsmede het behulpzaam zijn aan een persoon die vervolgd werd, om aan nasporing en aanhouding te ontkomen. Het betrof onder meer het bewaren van een plastic tas met telefoons en simkaarten, die op verzoek van een medeverdachte in haar woning werd bewaard.
Tijdens een doorzoeking werd de tas aangetroffen en in beslag genomen. Kort daarna waarschuwde verdachte telefonisch de medeverdachte dat de politie bij haar was geweest en dat hij zijn telefoons moest uitzetten en beter weg kon blijven. De verdediging voerde aan dat verdachte niet het oogmerk had om de tas aan beslag te onttrekken en dat de uitzonderingsbepaling van artikel 189 lid 3 Sr Pro ook van toepassing zou zijn op personen met een relatie anders dan huwelijk, wat tot ontslag van rechtsvervolging zou moeten leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de tas belastend materiaal bevatte en dat zij bewust de tas aan het oog van de politie wilde onttrekken. Tevens werd bevestigd dat de uitzonderingsbepaling strikt moet worden uitgelegd en niet van toepassing is op personen buiten de wettelijk genoemde familie- en echtelijkverwantschap. Het cassatieberoep werd verworpen, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd de opgelegde werkstraf verminderd.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling wegens belemmering politieonderzoek en hulp bij ontkomen bevestigd met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.