ECLI:NL:PHR:2013:BZ8163
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid binnentreden woning en bewijsuitsluiting bij hennepkwekerij
In deze zaak stond centraal of het binnentreden van de politie in de woning van verdachte zonder expliciete toestemming en zonder schriftelijke vastlegging een schending van het huisrecht volgens artikel 8 EVRM Pro opleverde, en of dit leidde tot bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv. De politie betrad de woning nadat verdachte spontaan zei: "Kom maar binnen", nadat hij was geïnformeerd over een melding van een hennepkwekerij. Het hof oordeelde dat sprake was van een uitnodiging en niet van een situatie waarin toestemming gevraagd moest worden, waardoor geen schending van het huisrecht was.
De verdediging voerde aan dat er sprake was van een ernstige inbreuk op het huisrecht omdat verdachte niet geïnformeerd was over het recht om toestemming te weigeren en dat de toestemming niet schriftelijk was vastgelegd, wat bewijsuitsluiting rechtvaardigde. De Hoge Raad verwierp dit verweer en overwoog dat het binnentreden met vrijwillige toestemming, ook zonder schriftelijke machtiging, niet per definitie een inbreuk op het huisrecht inhoudt.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat het vereiste van 'informed consent' niet altijd geldt en dat de omstandigheden, zoals de spontane uitnodiging van verdachte en de aard van het delict, bepalend zijn. De mededeling van het doel van het binnentreden door de politie was voldoende kenbaar gemaakt. Het beroep van verdachte werd verworpen en het hofarrest bevestigd.
Uitkomst: Het hofarrest wordt bevestigd; het binnentreden op uitnodiging van verdachte is rechtmatig en het bewijs blijft toelaatbaar.