ECLI:NL:HR:2000:AA4742
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Haak
- raadsheer Orie
- raadsheer Van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid huiszoeking ondanks betwisting staandehouding bij Opiumwetzaak
De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en achtte het bewijs, waaronder een huiszoeking, rechtmatig verkregen.
Verdachte stelde in cassatie dat de staandehouding onrechtmatig was omdat het redelijk vermoeden van schuld ontbrak, en dat daardoor het daaropvolgende bewijs, waaronder de vondst van heroïne-achtige stoffen in de auto en de huiszoeking, uitgesloten moesten worden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende gronden had om de staandehouding te rechtvaardigen, namelijk de bekende auto die werd gezien bij een sociëteit voor verslaafden en het feit dat verdachte vrijwillig toestemming gaf voor de huiszoeking.
De Hoge Raad benadrukte dat ook indien de initiële staandehouding onrechtmatig zou zijn geweest, de toestemming voor de huiszoeking vrijwillig was gegeven en daarmee het verkregen bewijs rechtmatig was. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.