ECLI:NL:PHR:2013:BZ7849
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling civielrechtelijke afspraken en precariobelastingheffing door gemeente Baarn
In deze zaak staat centraal of de gemeente Baarn aan belanghebbende aanslagen precariobelasting mag opleggen voor het hebben van een netwerk van gasleidingen en elektriciteitskabels op gemeentelijke grond. Belanghebbende is eigenaar van het netwerk na aankoop van aandelen van de gemeente in 1991, waarbij is afgesproken dat de gemeente geen vergoedingen of belastingen, waaronder precariobelasting, zal heffen voor het gebruik van haar grond.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente zich civielrechtelijk heeft verbonden geen precariobelasting te heffen en dat de heffingsambtenaar in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur handelde door vanaf 2005 wel aanslagen op te leggen zonder overgangstermijn. Het hof bevestigde dit oordeel deels, maar vond dat de heffingsambtenaar vanaf 2005 bevoegd was om de belasting te heffen omdat toen een wettelijke grondslag bestond.
De Hoge Raad overweegt dat de heffingsambtenaar als bestuursorgaan gebonden is aan de civielrechtelijke afspraken van de gemeente en dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel, in acht moeten worden genomen. Ook het eerste middel van B&W dat deze binding zou ontbreken, faalt. Het tweede middel over vermeende strijdigheid met het Europees staatssteunrecht strandt op het novumverbod omdat feitelijk onderzoek nodig is. Het voorwaardelijk incidentele beroep van belanghebbende behoeft geen verdere behandeling. De Hoge Raad concludeert dat het beroep van B&W ongegrond is en bevestigt de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het beroep van B&W wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.