ECLI:NL:GHARN:2011:BU6641
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat civielrechtelijke verplichting gemeente Baarn precariobelastingheffing verhindert
Belanghebbende, rechtsopvolger van D N.V., beheert kabels en leidingen onder gemeentegrond in Baarn. De gemeente legde voor 2008 en 2009 aanslagen precariobelasting op. Belanghebbende stelde dat een onderhandelaarsakkoord uit 1991, onderdeel van een overeenkomst tussen gemeenten en D, het heffen van dergelijke belastingen verbiedt.
De rechtbank oordeelde in het voordeel van belanghebbende en vernietigde de aanslagen. De ambtenaar van Baarn ging in hoger beroep, stellende dat de gedragslijn van niet-heffing was beëindigd sinds 2005 toen de verordening werd aangepast. Het hof stelde vast dat de bevoegdheid tot heffing pas sinds 2005 bestond en dat de ambtenaar vanaf dat jaar aanslagen oplegde.
Het hof oordeelde echter dat de civielrechtelijke verplichting uit het onderhandelaarsakkoord de gemeente Baarn bindt om geen precariobelasting te heffen. De term 'bevorderen' in het akkoord is na ondertekening omgezet in een concrete verbintenis. De ambtenaar mocht ondanks de verordening geen aanslagen opleggen vanwege het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
De klachten van beide partijen waren gegrond, maar het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De ambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van €874. De uitspraak werd gedaan door het hof Arnhem op 22 november 2011.
Uitkomst: De aanslagen precariobelasting 2008 en 2009 zijn onterecht opgelegd en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.