ECLI:NL:GHARN:2010:BN1685
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid en rechtmatigheid van rioolrechtverordening Nijmegen 2006
Belanghebbenden waren genothebbenden van een onroerende zaak in Nijmegen waarop voor 2006 een aanslag rioolrecht werd opgelegd. De aanslag was gebaseerd op de WOZ-waarde van de onroerende zaak en de gemeentelijke verordening rioolrecht 2006. De rechtbank had de aanslag vernietigd, maar de gemeente stelde hoger beroep in.
Het geschil betrof de vraag of de verordening een verbindende kracht heeft en of de heffing van het rioolrecht volgens deze verordening rechtmatig is, met name of de heffingsmaatstaf en de kostenraming voldoen aan de wettelijke eisen. Het hof oordeelde dat de verordening niet in strijd is met de wet en dat de gekozen heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) toelaatbaar is.
Verder werd geoordeeld dat de gemeenteraad beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de kosten en tarieven, ook ten aanzien van investeringen in vervanging en aanpassing van de riolering. De aanvullende lastenramingen die belanghebbenden aanvoerden, mochten niet worden meegewogen. Het incidentele hoger beroep van belanghebbenden werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de gemeente gegrond en het incidentele hoger beroep van belanghebbenden niet-ontvankelijk. Er werden geen kosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Nijmegen wordt gegrond verklaard en de aanslag rioolrecht 2006 bevestigd.