ECLI:NL:PHR:2013:BZ7195
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van executie van diplomatiek pand ondanks leegstand en beslaglegging
In deze zaak staat centraal of de Democratische Republiek Congo (DRC) immuniteit van executie toekomt voor een pand in Nederland dat zij voorheen gebruikte als diplomatieke vertegenwoordiging, maar dat sinds 2009 leegstaat en waarop conservatoir en executoriaal beslag is gelegd.
De DRC had haar diplomatieke missie in Nederland verplaatst naar Brussel, waarna het pand werd gekraakt. De eiser verkreeg een onherroepelijk vonnis in de DRC en legde beslag op het pand. De Staat der Nederlanden stelde dat het beslag in strijd was met volkenrechtelijke immuniteit en verzocht opheffing. De voorzieningenrechter oordeelde dat het pand niet meer voor diplomatieke doeleinden werd gebruikt en stond het beslag toe. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat het pand zijn publieke en diplomatieke bestemming niet had verloren, mede omdat de DRC had aangegeven het pand opnieuw te willen gebruiken voor diplomatieke doeleinden.
De Hoge Raad bevestigt dat de immuniteit van executie krachtens het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (WVDV) alleen geldt voor panden die daadwerkelijk worden gebruikt voor diplomatieke werkzaamheden. Omdat het pand niet meer daadwerkelijk werd gebruikt, was het WVDV niet van toepassing. Echter, op grond van ongeschreven volkenrechtelijke regels geldt immuniteit van executie voor staatseigendommen met een publieke bestemming, ook als deze tijdelijk niet in gebruik zijn.
De Hoge Raad volgt het hof in de conclusie dat het pand zijn publieke bestemming niet heeft verloren en dat de DRC zich met succes op immuniteit van executie kan beroepen. Het feit dat het pand leegstaat en gekraakt is, doet hieraan niet af. Het beroep van de eiser wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het diplomatiek pand immuniteit van executie geniet vanwege zijn publieke bestemming, ondanks leegstand en beslaglegging.