ECLI:NL:PHR:2013:BY8964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens overtreding Wegenverkeerswet ondanks verzoek onderzoek alcoholgehalte slachtoffer
In deze zaak werd verdachte door het hof veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, waarbij een ander dodelijk werd getroffen. Verdachte was niet verschenen bij de eerste aanleg, waarna verstek werd verleend en hij werd veroordeeld. In hoger beroep werd het verzoek van de raadsman van verdachte om nader onderzoek te doen naar het alcoholgehalte in het bloed van het slachtoffer afgewezen door het hof, omdat dit niet relevant werd geacht voor de beslissing.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer mogelijk in kennelijke dronkenschap verkeerde en dat dit de schuld van verdachte zou kunnen opheffen. Het hof oordeelde echter dat de onvoorzichtigheid van verdachte voldoende bewezen was en dat het verzoek tot nader onderzoek niet noodzakelijk was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat medeschuld van het slachtoffer het causale verband met de schuld van verdachte niet snel verbreekt.
De Hoge Raad acht de betekening van de dagvaarding rechtsgeldig en vindt dat het hof het verweer van de verdediging omtrent de betekening voldoende heeft gemotiveerd verworpen. Ook het verzoek om nader onderzoek naar het alcoholpromillage van het slachtoffer is volgens de Hoge Raad terecht afgewezen. Daarmee blijft de veroordeling van verdachte in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte wegens overtreding van de Wegenverkeerswet.