ECLI:NL:PHR:2013:BY0816
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vormverzuim en bewijsuitsluiting bij gebruik van onrechtmatig bewaarde vingerafdruk in overvalzaak
De zaak betreft een overval op 29 september 2007 waarbij de verdachte werd veroordeeld op basis van onder meer een vingerafdruk op de toiletdeur waar het slachtoffer was opgesloten. De vingerafdruk was gekoppeld aan een dactyloscopisch signalement uit 2000, dat onterecht in het politieregister was achtergebleven na een vrijspraak van de verdachte in 2000. De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan wegens dit vormverzuim.
Het hof verwierp het bewijsuitsluitingsverzoek en oordeelde dat het openbaar ministerie terecht had besloten geen afloopbericht te sturen omdat de verdachte destijds niet ten onrechte als verdachte was aangemerkt. De Hoge Raad stelde vast dat dit oordeel onjuist was omdat het reglement en de daarop gebaseerde aanwijzing een verplichte verwijdering voorschrijven na vrijspraak.
De Hoge Raad erkende het vormverzuim en oordeelde dat het hof had moeten beslissen op het verzoek tot nader onderzoek naar de vindplaats van de vingerafdruk, maar dat dit verzuim niet tot nietigheid van het arrest hoefde te leiden omdat het hof het onderzoek niet noodzakelijk achtte.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, met name over de gevolgen van het vormverzuim. Tevens werd een overschrijding van de inzendtermijn vastgesteld, wat tot strafvermindering zal leiden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onjuiste uitleg reglement politieregister en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.