Conclusie
eerste middelklaagt dat de verdachte ondanks een daartoe strekkend verzoek in strijd met het bepaalde in art. 6 lid 3 onder Pro d EVRM niet in de gelegenheid is gesteld de getuige Ellen een maal te ondervragen of te doen ondervragen.
tweede middelhoudt in dat het Hof heeft verzuimd het bewezenverklaarde te kwalificeren.
derde middelklaagt terecht dat de redelijke termijn (inzendingstermijn) is geschonden. Zoals in de toelichting op het middel terecht wordt opgemerkt kan worden volstaan met constatering van deze termijnoverschrijding. Het middel kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven en de zaak dient te worden teruggewezen of verwezen.