Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat de nadere bewijsoverweging van het hof ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde onbegrijpelijk is en dat art. 359 Sv Pro is geschonden, omdat het hof zich daarbij mede heeft beroepen op niet-redengevende feiten en omstandigheden.
- in of omstreeks de periode van 14 augustus 2009 tot en met 26 september 2009 te Ulft (gemeente Oude IJsselstreek), computers en computerapparatuur en een mobiele telefoon en kantoorartikelen en een navigatiesysteem en een softwarepakket en
- op 18 januari 2010 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek) een hoeveelheid benzine ter waarde van 55 Euro en
- op of omstreeks 8 februari 2010 te Didam (gemeente Montferland) een hoeveelheid benzine ter waarde van 37,34 Euro en
- op of omstreeks 26 februari 2010 te Etten (gemeente Oude IJsselstreek) een hoeveelheid benzine ter waarde van 66,03 Euro;’
- in de eerste plaats wordt betoogd dat de passage van de nadere bewijsoverweging, waarin het hof het oogmerk van verdachte om de aangeschafte goederen niet te betalen onder meer afleidt uit de kennelijke onjuistheid van het verhaal dat verdachte tegenover de computerwinkel heeft verteld, onbegrijpelijk is;
- in de tweede plaats is het onbegrijpelijk waaruit het hof die ‘kennelijke onjuistheid’ van het verhaal van verdachte over zijn omstandigheden heeft afgeleid;
- ten derde is het niet zonder meer begrijpelijk dat het hof het tanken zonder te betalen mede redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring van het oogmerk van verdachte de goederen die hij heeft aangeschaft bij de computerwinkel te verkrijgen zonder daarvoor te betalen, nu het tanken zonder te betalen heeft plaatsgevonden ruime tijd nadat verdachte de goederen bij de computerwinkel had aangeschaft.
nadathij de goederen van de computerwinkel heeft afgenomen in augustus en september 2009, zich in de maanden januari en februari 2010 heeft schuldig gemaakt aan drie maal tanken zonder betaling. Dit kan mijns inziens inderdaad niet als redengevend worden aangemerkt voor het bewijs dat verdachte het oogmerk heeft gehad zich zonder betaling de beschikking over de computerartikelen te verzekeren, zoals het hof in zijn bewijsoverweging heeft opgenomen. Ik acht de klachten dan ook gegrond.
tweede middelklaagt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de verklaring van verdachte tegenover de politie een volledige bekentenis inhoudt van het onder 3 bewezenverklaarde waardoor kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zonder die nader uit te werken zoals bedoeld in art. 359 lid 3 Sv Pro.
- dat zijn bankpas niet meer werkte en
- dat hij die 150 Euro/dat geldbedrag later zou terugbetalen en daarbij tot zekerheid van terugbetaling zijn rijbewijs aan de [betrokkene 1] afgegeven, waardoor [betrokkene 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.’
derde middelklaagt dat het hof ten aanzien van feit 3 ten onrechte heeft bewezen verklaard dat sprake was van oplichting, althans die bewezenverklaring niet (voldoende) begrijpelijk heeft gemotiveerd.