ECLI:NL:PHR:2013:2396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep drugszaken
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet door meerdere keren cocaïne te vervoeren en te verkopen.
Verdachte stelde cassatieberoep in met twee middelen: het niet ambtshalve oproepen van twee getuigen en het niet toepassen van strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht geen ambtshalve getuigenoproeping beval, omdat de verklaringen van de getuigen niet het enige bewijs waren en er aanvullend bewijs was. Echter, het hof maakte een onbegrijpelijke overweging door de overschrijding van ruim zeveneneenhalve maand van de redelijke termijn toe te rekenen aan verdachte, terwijl uit het dossier blijkt dat verdachte niet debet was aan de lange aanhouding.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor wat betreft de strafoplegging en wees op de noodzaak van strafvermindering bij overschrijding van de redelijke termijn, conform artikel 6 EVRM Pro. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging wegens onbegrijpelijke toerekening van de termijnoverschrijding en de noodzaak van strafvermindering.