Conclusie
aan haar overgedragenauteursrecht heeft beroepen en heeft gesteld dat de litigieuze tassen daar inbreuk op maakten. Het Hof laat de merkenrechtelijke claim verder inhoudelijk onbesproken en doet de zaak af op auteursrechtinbreuk. Het Hof legt [verzoeker] c.s. op straffe van verbeurte van aan maximum verbonden dwangsommen een auteursrechtinbreukverbod op met nevenvorderingen, alsmede een veroordeling tot bij staat op te maken schadevergoeding, alsmede in de proceskosten.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
verdedigingsbeginselen/of de van het Hof als (appel)rechter op grond van art. 52 RvA Pro (en art. 128 RvA Pro)
te vergen lijdelijkheidten opzichte van partijen. Volgens de klacht heeft Arubags in haar beroepschrift onder 2-4
alleen een beroep gedaanop een haar toekomend
merkrechtop tassen. In haar door het Hof in rov. 5.6 aangehaalde passage uit haar beroepschrift onder 11 in verbinding met productie 8 sub 10 (een licentieovereenkomst) beroept Arubags zich
alleen op auteursrecht ter weerlegging van het beroep op merkenrechtelijk relevant voorgebruik, dat het Gerecht had gehonoreerd en aan afwijzing van de vorderingen van Arubags ten grondslag had gelegd. In het door [verzoeker] c.s. zelf (niet bijgestaan door een gemachtigde of advocaat) opgestelde verweerschrift wordt volgens het onderdeel ook niet ingegaan op deze stelling dat een
auteursrecht van een derde in de weg staat aan merkenrechtelijk relevant voorgebruik. In haar pleitnota in appel heeft Arubags gesteld dat “het gaat om de vraag of sprake is van
voorgebruik”en zij heeft uitsluitend dáárover stellingen aangevoerd. Zij heeft geen (inbreuk op een) haar toekomend auteursrecht aan haar vorderingen ten grondslag gelegd, terwijl [verzoeker] c.s. bij pleidooi in appel (zonder bijstand van een gemachtigde) het gestelde auteursrecht vervolgens inhoudelijk hebben betwist. Volgens het eerste deel van onderdeel 1 mocht het Hof hier geen auteursrechtinbreuk aan de vorderingen van Arubags ten grondslag leggen. Althans is volgens het tweede deel van onderdeel 1 hoe dan ook de uitleg van de gedingstukken door het Hof onbegrijpelijk dat Arubags - voldoende kenbaar voor [verzoeker] c.s. - een auteursrecht (van [betrokkene 2]) aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd.
”auteursrecht ten aanzien van de Robin Ruth tassen (en zo’n auteursrecht heeft en daarop haar vorderingen baseert) verder onjuist, onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd. Het Hof mocht volgens het onderdeel, mede gelet op art. 52 en Pro/of art. 128 RvA Pro, zo’n overdracht niet “spontaan” bijbrengen, laat staan als grondslag voor de vorderingen van Arubags, nu immers Arubags daarover niets heeft gesteld en zij, in tegendeel, heeft gewezen op een auteursrecht van een ander - [betrokkene 2] - op het ontwerp voor deze Robin Ruth tassen, wat een aan Arubags toekomend auteursrecht uitsluit. In elk geval is de uitleg van het Hof van de gedingstukken volgens dit onderdeel onbegrijpelijk. In de door het Hof aangehaalde prod. 8, onder 10, een “Sub-license and exclusive distribution agreement” tussen RND en Arubags, valt het tegendeel te lezen van een auteursrechtoverdracht aan Arubags. Art. 10.1 van deze overeenkomst laat geen misverstand dat, zoals Arubags zelf ook heeft gesteld, [betrokkene 2] rechthebbende is en bleef op alle IE-rechten. Uit art. 10.3 valt uitsluitend af te leiden dat aan Arubags een gebruiksrecht is verleend ten aanzien van een merkrecht (zoals ook valt af te leiden uit rov. 4.4. van de beschikking van het Gerecht) en waaruit volgt dat die (andere) stelling door [verzoeker] c.s. is bestreden. Tegen deze achtergrond kon het Hof bij raadpleging van het, door Arubags niet ingeroepen, art. 10 van Pro deze overeenkomst volgens het onderdeel niet tot de conclusie komen dat Arubags een auteursrecht overgedragen had gekregen.
first to usei.p.v.
first to file). Naar Arubaans merkenrecht ontstaat recht op een merk door eerste gebruik van een teken in Aruba [7] , en niet pas na depot/aanvrage gevolgd door inschrijving/registratie. Inschrijving van een merk in Aruba levert zodoende niet meer dan een weerlegbaar vermoeden van eerste gebruik op [8] . Dat is de reden dat [verzoeker] c.s. zich in deze zaak hebben ingespannen aan te tonen dat Arubags niet als eerste gebruik van het gestileerde Aruba-teken op tassen heeft gemaakt. Dat hebben zij gedaan door te wijzen op hun, in de in feitelijke instanties gewezen uitspraken met “voorgebruik [9] ” aangeduide, aan het depot van Arubags voorafgaande gebruik van dit teken op tassen in de beginjaren van deze eeuw (2002 en 2004), voorafgaand aan het depot door Arubags in 2010.
tweeingeroepen gecombineerde woord-/beeldmerken (“Aruba” enerzijds en “Robin Ruth” anderzijds) en met name hun
interactie(vlg. het raadselachtige “gebruikmaking van het concept van het merk Robin Ruth”) nu precies spelen.
productie 4). Hierbij is gebruik gemaakt van het woord “Aruba” en het concept van het trademerk van Robin Ruth (
productie 5).”
tassen afkomstig van de pretense merkhoudster Arubagsniet alleen op de tassen zelf voorzien zijn van een print met de gestileerde woorden ARUBA, herhaald weergegeven over het hele tasoppervlak (kennelijk op dezelfde wijze als de hiervoor in dit nummer afgebeelde print op de tassen van [verzoeker] c.s.), maar daarnaast ook van een kaartje of label, bevestigd aan de tassen, met daarop een afbeelding van het ingeroepen woord-/beeldmerk Robin Ruth. Bij verweerschrift in appel hebben [verzoeker] c.s. namelijk als voorbeeld van deze wijze van hanteren van het merk Robin Ruth de volgende afbeelding overgelegd (met tassen voorzien van de opdruk “Abu Dhabi” en “Dubai” in eenzelfde soort opmaak als de “Aruba”- print die in deze procedure centraal staat):
beweerdelijk inbreukmakende tassen van [verzoeker] c.s.waren
nietvoorzien van zo’n kaartje/label [10] , maar zijn overigens, aldus het hof, op de kwaliteit na visueel identiek aan de tassen van Arubags (waarvan als gezegd verder geen afbeeldingen in het dossier voorkomen). Gelet op de overgelegde afbeelding van Dubai- en Abu Dhabi-tassen en de feitelijke vaststelling van het hof dat de Arubags-tassen uit Aruba qua print op de tassen visueel identiek zijn aan die van [verzoeker] c.s. (waarvan de hiervoor weergegeven foto’s zijn overgelegd), begrijp ik het eerder bedoelde “concept van het merk Robin Ruth” als: het herhaald weergeven van een plaats- of landennaam in gestileerde vorm volgens het patroon van de “Aruba” merkinschrijving over de hele tas (met inbegrip van de hengsels/schouderband). Robin Ruth tassen worden blijkbaar met verschillende plaats-/landnamen op de markt gebracht (er zitten ook afbeeldingen in de producties van soortgelijke tassen met als opdruk “Germany”, “Punta del Este”, “Johannesburg” en als ik het goed zie “Macao” (het kan ook “Monaco” zijn), prod. 5 verweerschrift in appel). Een blik op de Robin Ruth website [11] lijkt dat te bevestigen.
aan haar overgedragen auteursrechtten aanzien van het in de Robin Ruth tassen belichaamde werk.
merkinbreuk, althans
onrechtmatig handelen(dat laatste zonder verdere duiding of uitwerking) ten grondslag gelegd, geen inbreuk op een
aan haar zelf toekomend auteursrecht. De enige manier waarop Arubags auteursrecht (van een derde, niet van haar zelf) naar voren heeft gebracht is de volgende. Het verweer van [verzoeker] c.s. in eerste aanleg dat Arubags niet merkengerechtigd is naar Arubaans recht, omdat niet zij, maar [verzoeker] c.s. eerste gebruikers op Aruba zouden zijn sinds 2004 van het Aruba-teken op tassen, is gehonoreerd door het Gerecht (op basis van een schriftelijke verklaring van een leverancier van [verzoeker] c.s.). Arubags heeft zich in appel onder meer [24] van de volgende stelling bediend om dit door [verzoeker] c.s. gestelde merkenrechtelijk voorgebruik te weerleggen: anterieur auteursrecht op het ontwerp voor Robin Ruth tassen van een derde, [betrokkene 2], stammend uit 2002. Zij doet dat in deze bewoordingen onder 11 van het beroepschrift:
eventuele voorgebruikweerlegd met het bewijs dat het auteursrecht op de ROBIN RUTH tas aan dit voorgebruik vooraf gaat.
voorgebruik.” In de volgende alinea: “Mocht er op Arubags bewijslast rusten (…) dan wenst Arubags door middel van getuigen (…) aan te tonen dat zij de eerste in Aruba was/is die de tassen met daarop het beeldmerk van Arubags op de markt bracht.” Twee alinea’s verder: “Kort en goed: Arubags heeft op 10 juni 2010 haar beeld- en combi-merk gedeponeerd, waarbij gebruik is gemaakt van het woord “Aruba” en het concept van het trademerk Robin Ruth. Dat is uniek en van enig voorgebruik – door welke derde ook – is geen sprake geweest.” Allemaal in de sleutel van merkenrechtelijk voorgebruik, niet van auteursrecht van Arubags. Overigens is de laatste zin van het laatste citaat weer tegenstrijdig met de bij beroepschrift onder 11 ontwikkelde gedachte van een anterieur auteursrecht van een derde. Het woord auteursrecht komt in de pleitnota van Arubags in appel niet voor.
auteursrecht van [betrokkene 2] op de RR-tassen, geen (specifiek) verweer gevoerd. Zij hebben overigens wel in hun pleitnota in hoger beroep onder 8 gesteld: “Er is geen sprake van een auteursrecht van appellante op de tassen”. [verzoeker] c.s., in appel procederend zonder rechtsbijstand, is kennelijk ontgaan dat Arubags er zich helemaal niet op heeft beroepen, dat zij, Arubags, zelf auteursrechthebbende was met betrekking tot het ontwerp van de Robin Ruth tassen. Arubags heeft alleen gesteld dat [betrokkene 2] dat was (en dat dat de merkenrechtelijke voorgebruikclaim van [verzoeker] c.s. torpedeerde). Het is ook maar één zinnetje onder 8 van de pleitnota van [verzoeker] c.s. In het vervolg van 8 bestrijden zij dat het ontwerp van deze tassen de auteursrechtelijke werktoets kan doorstaan (geen eigen karakter, geen persoonlijk stempel van de maker).
aan haar overgedragen auteursrechtten aanzien van de Robin Ruth tassen (zie beroepschrift onder 11 en de sublicense etc. agreement onder 10).
Arubagszich immers niet beroepen, zoals
onderdeel 1van het cassatiemiddel in het eerste gedeelte terecht aanvoert. Het onderdeel moet in zoverre slagen. Er is sprake van een verboden verrassingsbeslissing waarmee, gelet op het verloop van het processuele debat, geen rekening behoefde te worden gehouden. De insteek was en bleef: Er is geen sprake van terecht geclaimd voorgebruik voor [verzoeker] c.s., want er is een oudere auteursrechtelijke claim van een derde (aan wie wij, Arubags, overigens weer een merken(sub)licentierecht kunnen ontlenen). Het Hof heeft niet (op begrijpelijke wijze) uit dit debat kunnen afleiden dat Arubags zich in hoger beroep opeens op een
eigen, aan haar overgedragen auteursrechtis gaan beroepen als tweede grondslag voor haar inbreukvordering met nevenvorderingen, naast de primaire merkenrechtelijke grondslag. De aanleiding en insteek van het auteursrechtelijke deel van het processuele debat is het Hof kennelijk uit het oog verloren.
onderdelen 2 en 3slagen ook. Zij richten zich tegen de zinsnede ‘
(…) aan haar overgedragen auteursrecht (…)’ uit rov. 5.6. Het Hof heeft in die volzin aangenomen dat Arubags het auteursrecht van de Robin Ruth-tassen heeft overgedragen gekregen en daarbij twee vindplaatsen vermeld: het beroepschrift onder 11 en prod. 8 bij het beroepschrift onder 10.
aan Arubagsis
overgedragen. Het maakt juist duidelijk dat dit auteursrecht rust
bij [betrokkene 2].
10. Intellectual Property
Intellectual Property”) regarding the Products. RND represents also that Holiday Products N.y. is the exclusive beneficiary of trademark rights according to a License Agreements from September 8, 2008 and ../Ql/201 I (
Exhibit D), that Holiday Products N.y. has all the power required to grant such rights to RND, and that it has granted RND exclusive usage rights in and to all Robin Ruth trademarks for the Territory and empowered it to grant such rights to DISTRIBUTOR hereunder.
merkRobin Ruth ingebracht in Holiday Products N.V., welke vennootschap weer licentie heeft gegeven aan RND [26] met de bevoegdheid tot sublicentiëring voor onder meer Aruba, welke sublicentie is verschaft aan Arubags. Art. 10.1 bepaalt verder onder meer dat
[betrokkene 2] auteursrechthebbendeis met betrekking tot (ontwerpen voor) “the Products“. Of en zo ja welke tasontwerpen daar onder vallen, valt op grond van het dossier niet precies na te gaan, omdat exhibit B bij prod. 8 niet is overgelegd.
[betrokkene 2] auteursrechthebbendeis met betrekking tot het ontwerp voor de Robin Ruth tassen en
Arubags sublicentieneemster onder het merkRobin Ruth. Uit de door het Hof vermelde vindplaatsen in rov. 5.6 kan zodoende, zonder nadere motivering, die ontbreekt, helemaal niet worden afgeleid dat
Arubags auteursrechthebbendeis (geworden na overdracht) met betrekking tot het ontwerp voor de Robin Ruth tassen [27] . Ook lid 5 van art. 10 kan Pro niet zo worden opgevat: dat is een in licentiecontracten volstrekt gebruikelijke clausule dat een (sub)licentienemer in geval van geconstateerde inbreuk zulks de merkenrechthebbende of sublicentiegever zal melden en bij inbreukacties bijstand zal verlenen. Overdracht van auteursrecht valt daar niet op te baseren.
overgedragen, is dan ook zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk [28] . Het heeft er alle schijn van dat het Hof hier met zijn verwijzing merkenrecht en auteursrecht door elkaar haalt en licentieverlening met overdracht vereenzelvigt, terwijl dat nu juist principieel verschilt. Ik wijs hier nog op rov. 4.4 van de uitspraak van het Gerecht waaruit volgt dat Arubags ter mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft gesteld dat zij met betrekking tot het merk Robin Ruth een (feitelijke) licentie heeft en dat het beeldmerk (ook met andere woorden dan Aruba) al geruime tijd juridisch eigendom is van ene [betrokkene 2]. Dat loopt geheel in de pas met het stelsel dat volgt uit een juiste lezing van de sublicentieovereenkomst van prod. 8.