ECLI:NL:HR:2010:BL9541

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03381
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615w lid 8 BWNAArt. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt doorbreking rechtsmiddelenverbod in arbeidsrecht Antillen

In deze zaak stond de vraag centraal of het rechtsmiddelenverbod van artikel 7A:1615w lid 8 BWNA in een arbeidsrechtelijke context doorbroken kon worden. De zaak betrof een geschil tussen [verzoeker], wonende te [woonplaats], en Antillean Paint Sint Maarten N.V., gevestigd op Sint Maarten, Nederlandse Antillen.

De feitelijke instanties, te weten het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hadden reeds een beschikking gegeven. Tegen de beschikking van het hof stelde [verzoeker] beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad overwoog dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat deze geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie.

Deze beschikking bevestigt de mogelijkheid van doorbreking van het rechtsmiddelenverbod in het arbeidsrecht van de Nederlandse Antillen, zoals bedoeld in artikel 7A:1615w lid 8 BWNA, en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiegronden die geen wezenlijke rechtsontwikkeling beogen.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

11 juni 2010
Eerste Kamer
08/03381
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
ANTILLEAN PAINT SINT MAARTEN N.V.,
gevestigd op Sint Maarten, Nederlandse Antillen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. F.M. Ruitenbeek-Bart.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Antillean Paint.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak EJ 2007/53 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 27 juni 2007,
b. de beschikking in de zaak EJ 53/07-H 262/07 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 9 mei 2008.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Antillean Paint heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Antillean Paint begroot op € 348,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 juni 2010.