ECLI:NL:PHR:2013:1109
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid proceshandelingen na verlies hoedanigheid advocaat tijdens procedure
In deze zaak staat centraal of het gerechtshof Arnhem ten onrechte een arrest heeft gewezen terwijl de procesadvocaat van eiseres tijdens de appelprocedure de hoedanigheid van advocaat had verloren. Dit verlies leidde tot een schorsing van rechtswege van het geding op grond van art. 226 lid 1 Rv Pro. Het hof was hiervan op de hoogte maar kwalificeerde het verlies van de advocaat als een onttrekking, hetgeen volgens de Hoge Raad onjuist was.
Het geding was vanaf het moment dat de advocaat op 14 oktober 2011 van het tableau werd geschrapt geschorst, en deze schorsing werd niet opgeheven. Desondanks vond op 5 januari 2012 een getuigenverhoor plaats en wees het hof op 5 juni 2012 een arrest waarin eiseres en medeprocespartij werden veroordeeld tot betaling. De proceshandelingen na het verlies van de hoedanigheid van advocaat zijn daarmee nietig.
De Hoge Raad oordeelt dat de schorsing van rechtswege bedoeld is om de partij te beschermen die haar advocaat verliest door oorzaken buiten haar invloedssfeer. Voor een geslaagd beroep op nietigheid moet de benadeling van de partij worden aangetoond, wat hier het geval is omdat eiseres niet kon deelnemen aan het getuigenverhoor en haar verweer niet kon voeren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. Tevens wordt benadrukt dat het geding slechts kan worden hervat volgens de regels van art. 228 Rv Pro. De procedure is dus onterecht voortgezet en de proceskostenveroordeling blijft buiten beschouwing.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem van 5 juni 2012 wordt vernietigd wegens nietigheid van proceshandelingen na het verlies van de hoedanigheid van advocaat en de zaak wordt terugverwezen.