Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat er geen plaats is voor de beoordeling van de door de verdediging gevoerde verweren met betrekking tot de strafvorderlijke ontruiming van het pand aan de Koningin Wilhelminalaan 7 in Utrecht.
LJNBO3682 bepaald dat een dergelijke ontruiming zodanig van tevoren moet worden aangekondigd dat de bewoners de mogelijkheid hebben om een kort geding aan te spannen teneinde de ontruiming te voorkomen. De door het openbaar ministerie aangevoerde grond, inhoudende dat de situatie ter plekke brandgevaarlijk zou zijn, snijdt geen hout, aangezien de ontruiming was gebaseerd op art. 551a Sv en deze strafvorderlijke bevoegdheid niet ziet op de brandveiligheid. [4]
LJNBJ1254,
NJ2010/213 m.nt. Mevis heeft de (civiele kamer van de) Hoge Raad beslist dat voor strafrechtelijke ontruimingen van kraakpanden door de politie op last van het openbaar ministerie geen basis kan worden gevonden in art. 429sexies (oud) Sr, in art. 2 Politiewet Pro 1993 of in art. 124 RO Pro, zodat zonder nadere formele wetgeving geen rechtsgrondslag bestaat voor zulke ontruimingen, die inbreuk maken op het grondwettelijk en verdragsrechtelijk beschermde huisrecht van de kraker. Nadien (eveneens op 1 oktober 2010) is bij de Wet kraken en leegstand art. 551a Sv ingevoerd. Met deze bepaling heeft de wetgever beoogd om de voorheen bestaande praktijk met betrekking tot strafrechtelijke ontruimingen op grond van verdenking van overtreding van art. 138 Sr Pro of art. 429sexies (oud) Sr, die door voornoemd arrest van de Hoge Raad uit 2009 onwettig was geoordeeld, te kunnen continueren door ontruimingen op strafvorderlijke titel van een wettelijke basis te voorzien. [8]
LJNBO3682 [11] heeft het College van procureurs-generaal een beleidsbrief opgesteld over het voorlopig te volgen beleid bij voorgenomen strafrechtelijke ontruimingen. [12] Het hof heeft in dat arrest onder meer geoordeeld dat uit een oogpunt van effectieve rechtsbescherming van het huisrecht de ontruiming van het kraakpand in beginsel slechts kan plaatsvinden nadat de krakers het oordeel van de voorzieningenrechter in eerste aanleg over de rechtmatigheid van de ontruiming hebben kunnen inroepen, dat het openbaar ministerie wel de uitkomst daarvan moet afwachten maar niet de uitkomst van een eventueel daartegen door de krakers ingesteld hoger beroep behoeft af te wachten, dat voor de effectiviteit van het rechtsmiddel is vereist dat - behoudens bijzondere omstandigheden - de ontruiming op een zodanig tijdstip wordt aangekondigd dat er voldoende gelegenheid is om een kort geding aanhangig te maken, en dat bij gebreke van een regeling ter zake in de Wet kraken en leegstand slechts nauwkeurig omschreven en deugdelijk gepubliceerde beleidsregels van het openbaar ministerie een voldoende waarborg dienaangaande bieden. [13] De beleidsbrief van het College van procureurs-generaal houdt het volgende in:
tweede middelbevat de klacht dat het hof zijn oordeel omtrent het door de verdediging gevoerde verweer met betrekking tot schending van het vertrouwensbeginsel in relatie tot de proportionaliteit en de subsidiariteit van het optreden van de politie ten aanzien van de aanhouding en de ontruiming, onvoldoende heeft gemotiveerd.
derde middelbehelst de klacht dat het hof een onjuiste, althans onbegrijpelijke, uitleg heeft gegeven aan art. 138a Sr ten aanzien van de schuld van de verdachte in relatie tot het “vertoeven”, het bestanddeel “wederrechtelijk” en het ontbreken van een vordering voorafgaand aan de aanhouding.
Kamerstukken II2008-2009, 31 560, nr. 5) is dit bestanddeel, dat in het oorspronkelijke wetsvoorstel nog wel voorkwam, door de initiatiefnemers van de wet immers uitdrukkelijk geschrapt met het doel de reikwijdte van de strafbepaling juist niet in deze zin te beperken.
wederrechtelijkheeft vertoefd. De bewezenverklaring is derhalve naar de eis der wet met redenen omkleed.
vierde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte het strafmaatverweer van de verdediging met betrekking tot de toegang van de advocaat tot de verdachte voorafgaande aan zijn voorgeleiding bij de rechter-commissaris heeft gepasseerd.