ECLI:NL:PHR:2012:BX7264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gynaecoloog wegens nalaten permanente CTG-bewaking leidt tot hersenletsel bij pasgeborene
Op 16 september 1993 werd een moeder opgenomen met weeën en kreeg zij epidurale anesthesie. Tussen 06.10 en 07.45 uur vond geen permanente CTG-bewaking van de foetus plaats, terwijl dit volgens de norm vereist was. Na de geboorte bleek het kind ernstige hersenschade te hebben opgelopen.
De ouders van het kind stelden de gynaecoloog aansprakelijk wegens beroepsfout en vorderden schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat de gynaecoloog tekort was geschoten in de foetale bewaking en dat dit had geleid tot hersenletsel. De gynaecoloog voerde tegenbewijs aan, onder meer dat de schade ook door andere oorzaken kon zijn ontstaan, zoals diabetes gravidarum of hyperinsulinisme.
Het hof bevestigde de beroepsfout en paste de omkeringsregel toe: het causale verband tussen het nalaten van CTG-bewaking en het hersenletsel wordt vermoed, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. De gynaecoloog slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de schade ook zonder zijn fout zou zijn ontstaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid en de toepassing van de omkeringsregel.
De zaak benadrukt het belang van specifieke medische gedragsnormen en de toepassing van de omkeringsregel bij bewijs van causaal verband in medische aansprakelijkheidszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de gynaecoloog wegens nalaten permanente CTG-bewaking en past de omkeringsregel toe voor het aannemen van causaal verband.