ECLI:NL:HR:2012:BX7264
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gynaecoloog voor geboorteletsel door nalaten CTG-bewaking na epidurale anesthesie
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van een gynaecoloog voor het hersenletsel dat een kind rond de geboorte heeft opgelopen. De moeder werd in september 1993 opgenomen voor bevalling, waarbij na toediening van epidurale anesthesie geen permanente CTG-registratie van de foetale harttonen plaatsvond. Het kind werd geboren met ernstige afwijkingen, waaronder psychomotore retardatie en Erbse parese.
De ouders vorderden schadevergoeding wegens beroepsfout van de gynaecoloog. Rechtbank en hof stelden vast dat de gynaecoloog een normschending beging door het nalaten van CTG-bewaking, wat een specifiek gevaar op foetale asfyxie en hersenschade beoogt te voorkomen. Het hof paste de omkeringsregel toe, waardoor het causaal verband tussen de normschending en de schade werd aangenomen, tenzij de gynaecoloog tegenbewijs zou leveren.
De gynaecoloog voerde alternatieve oorzaken aan, zoals diabetes gravidarum en hyperinsulinisme, maar het hof achtte deze niet aannemelijk. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de omkeringsregel juist werd toegepast, dat het causaal verband voldoende was vastgesteld en dat de schade aan de gynaecoloog kon worden toegerekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de gynaecoloog voor het geboorteletsel door nalaten van CTG-bewaking.