ECLI:NL:PHR:2012:BX6916
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onjuiste toepassing recidiveregeling bij poging tot verkrachting
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot tien jaar en acht maanden gevangenisstraf wegens poging tot verkrachting, waarbij het hof ook toepassing gaf aan art. 43a Sr (recidive als strafverzwarende omstandigheid). Deze strafverzwaring werd echter niet tenlastegelegd aan de verdachte en was niet bewezen verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat toepassing van art. 43a Sr slechts mogelijk is indien deze grond uitdrukkelijk aan verdachte is tenlastegelegd en wettig is bewezen.
De feiten betreffen een poging tot verkrachting in een openbaar park, waarbij het slachtoffer aanzienlijke verwondingen opliep en bedreigd werd met een mes. Verdachte had een strafrechtelijke voorgeschiedenis met soortgelijke zedendelicten en was meerdere malen onderzocht in het Pieter Baan Centrum, waar geen toerekeningsvatbare stoornissen werden vastgesteld. Verdachte weigerde medewerking aan recent onderzoek, waardoor het hof geen actuele psychologische rapportage had.
De Hoge Raad wijst erop dat het beginsel van hoor en wederhoor vereist dat een strafverzwarende omstandigheid als recidive aan verdachte wordt medegedeeld, zodat hij zich kan verdedigen. Omdat dit niet is gebeurd, is de strafoplegging onjuist gemotiveerd en dient het arrest voor wat betreft de strafoplegging te worden vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing over de straf. Daarnaast is het cassatiemiddel over overschrijding van de redelijke termijn gegrond, wat kan leiden tot strafvermindering.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.