ECLI:NL:PHR:2012:BX5157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping draagkrachtverweer bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Het Gerechtshof Leeuwarden legde betrokkene een betalingsverplichting van €52.205,57 op ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene stelde in cassatie dat het hof het draagkrachtverweer onbegrijpelijk en onvoldoende had gemotiveerd verworpen.
Namens betrokkene werd aangevoerd dat hij als definitief ongewenst vreemdeling geen inkomsten in Nederland of de EU kan verwerven, waardoor zijn huidige en toekomstige draagkracht nihil is. Het hof verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk was dat betrokkene geen draagkracht heeft en ook in de toekomst niet zal hebben, mede gelet op beslaglegging op sieraden en de verjaringstermijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het draagkrachtverweer in beginsel in de executiefase aan de orde komt, en alleen bij duidelijke afwezigheid van draagkracht in het ontnemingsgeding met vrucht kan worden aangevoerd. Het hof heeft het verweer op toereikende gronden verworpen. De Hoge Raad wijst erop dat betrokkene onvoldoende heeft toegelicht waarom hij buiten de EU niet legaal zou kunnen verblijven en inkomsten zou kunnen genereren. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontnemingsbedrag blijft ongewijzigd.