ECLI:NL:HR:2009:BG4944
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken motivering draagkrachtverweer bij ontnemingsmaatregel
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene voerde in hoger beroep een draagkrachtverweer aan, onderbouwd met argumenten over zijn detentiesituatie, leeftijd en beperkte arbeidsmogelijkheden, en verzocht om matiging van de betalingsverplichting.
Het hof heeft echter bij de vaststelling van het te betalen bedrag geen rekening gehouden met dit draagkrachtverweer en heeft nagelaten de redenen te geven waarom het van het onderbouwde standpunt afweek. De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 359 Sv Pro een gemotiveerde beslissing vereist is wanneer een draagkrachtverweer uitdrukkelijk en met argumenten is aangevoerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing over de betalingsverplichting, waarbij het draagkrachtverweer adequaat moet worden betrokken. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het draagkrachtverweer en de zaak wordt terugverwezen.