ECLI:NL:PHR:2012:BW8683
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontnemingsvordering en matiging wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak staat de ontnemingsvordering centraal, waarbij het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene heeft vastgesteld op €7.000. Betrokkene stelde dat de berekening van dit bedrag onjuist was en dat deskundigen geraadpleegd hadden moeten worden. Het hof baseerde zich echter op de eigen verklaringen van betrokkene en verwierp het verzoek tot het horen van deskundigen, omdat de gehanteerde berekeningswijze niet was gebaseerd op het aantal stekken.
Verder werd verzocht om matiging van het ontnemingsbedrag vanwege de slechte financiële en medische situatie van betrokkene en vanwege termijnoverschrijding. Het hof oordeelde dat matiging slechts in zeer evidente gevallen aan de orde is en dat niet aannemelijk was dat betrokkene geen draagkracht had, mede gelet op de hoogte van het bedrag en de toekomstverwachtingen. Ook de geringe termijnoverschrijding vormde geen reden tot matiging.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet slaagt. Het eerste middel is geen middel van cassatie, de overige middelen falen. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest. De bestreden uitspraak blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.