ECLI:NL:PHR:2012:BV7347
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt matiging loonvordering na onterecht ontslag op staande voet
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer die onterecht op staande voet werd ontslagen. De werknemer vorderde loonbetaling over de periode vanaf het ontslag tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter matigde de loonvordering tot drie maanden vanwege onaanvaardbare gevolgen van volledige toewijzing. Het hof bevestigde deze matiging, stellende dat volledige toewijzing een wanverhouding zou creëren tussen loonbetaling en feitelijke arbeid.
In cassatie werd het oordeel van het hof bestreden, met name de motivering van de matiging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende inzichtelijk had gemaakt waarom de matiging noodzakelijk was en niet voldeed aan de vereiste terughoudendheid. Ook werd gewezen op het feit dat de werkgever zelf schuld had aan de lange loonvordering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij alle omstandigheden, waaronder de inspanningen van de werknemer om elders werk te vinden en de gedragingen van de werkgever, in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van de loonvordering.