ECLI:NL:PHR:2012:BV1439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen stilzwijgende instemming met verhoogd uurtarief advocaat
In deze zaak draait het om een geschil over het honorarium van verleende advocatuurlijke rechtsbijstand. De advocaat had een uurtarief van € 400,- gesteld, terwijl gedurende de procedure steeds het basisuurtarief van € 200,- werd gedeclareerd. De cliënt betwistte stilzwijgende instemming met het hogere tarief en verweerde zich tegen de nabetaling.
De rechtbank Zutphen wees de vordering van de advocaat af wegens onvoldoende bewijs van de overeenkomst over het hogere tarief. Het hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel en verwierp ook de subsidiaire vordering op grond van artikel 7:405 lid 2 BW Pro, omdat het feitelijke declaratiegedrag en eerdere tarieven rechtvaardigden dat het basisuurtarief was overeengekomen.
De Hoge Raad bevestigt dat de cliënt niet stilzwijgend heeft ingestemd met het hogere tarief en dat het verweer van de cliënt geen bevrijdend verweer is, maar een betwisting van het bestaan van de overeenkomst. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot betaling van het hogere uurtarief wordt afgewezen.