ECLI:NL:PHR:2012:BV0472
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herstel van vervallen erfdienstbaarheden na fout Kadaster en Reconstructiecommissie volgens Reconstructiewet
In deze zaak staat centraal of het verval van erfdienstbaarheden door een fout van het Kadaster en/of de Reconstructiecommissie, ondanks het bestaan van een gesloten stelsel in de Reconstructiewet, aanleiding kan geven tot een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking. De oorspronkelijke erfdienstbaarheden uit 1983 zijn niet opgenomen in het plan en de akte van toedeling van 2006, waardoor zij vervallen zijn. De eigenaren van de percelen die nadeel ondervinden, vorderen herstel van deze rechten.
De rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheden vervallen zijn en dat het handelen van de eigenaren die zich op het verval beroepen niet onrechtmatig is. Het hof 's-Gravenhage vernietigde dit vonnis en veroordeelde tot medewerking aan het herstel van de erfdienstbaarheden, waarbij het ook een grondslag vond in ongerechtvaardigde verrijking. De Hoge Raad stelt vast dat de Reconstructiewet, net als de Landinrichtingswet, een gesloten stelsel kent dat een algemene vordering uit ongerechtvaardigde verrijking uitsluit, behoudens bijzondere gevallen.
In dit geval is sprake van een bijzondere situatie waarin een administratieve fout heeft geleid tot het verval van rechten zonder dat de betrokkenen de voorgeschreven rechtsgang hebben benut. De Hoge Raad oordeelt dat in dit bijzondere geval correctie achteraf mogelijk is en dat de vordering tot herstel van de erfdienstbaarheden niet in strijd is met het gesloten stelsel. De schadevergoeding kan ook in natura plaatsvinden, namelijk door het opnieuw vestigen van de erfdienstbaarheden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het een algemene vordering uit ongerechtvaardigde verrijking toestaat en verwijst de zaak terug.
Uitkomst: Toewijzing van vordering tot herstel van vervallen erfdienstbaarheden als correctie van administratieve fout binnen gesloten stelsel Reconstructiewet.