ECLI:NL:PHR:2012:BU9884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bezit van staat bij vaststelling Nederlanderschap ondanks foutieve buitenlandse geboorteakte
In deze zaak ging het om de vaststelling van het Nederlanderschap van een verzoekster, waarbij sprake was van een foutieve geboorteakte uit de Dominicaanse Republiek. De oorspronkelijke geboorteakte vermeldde onjuiste ouders, terwijl later een nieuwe akte werd opgesteld waarin de biologische moeder en haar Nederlandse echtgenoot als ouders werden genoemd.
De rechtbank stelde vast dat de oorspronkelijke akte ongeldig was op grond van Dominicaans recht, omdat de aangifte was gedaan door onbevoegde personen en de moeder onjuist was vermeld. De rechtbank nam bezit van staat aan op basis van de omstandigheden dat de verzoekster de achternaam van de Nederlandse echtgenoot droeg, door hem werd opgevoed en in de maatschappij als zijn kind werd erkend.
De Staat stelde cassatieberoep in tegen deze oordelen, onder meer over de rechtsgeldigheid van de geboorteakte en de toepassing van bezit van staat. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat bezit van staat ook kan worden aangenomen bij buitenlandse geboorteakten, mits de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft. De Hoge Raad benadrukte dat bezit van staat een waarborg is voor rechtszekerheid en het belang van het kind, en dat de termijn van twee jaar voor duurzaamheid in dit geval voldoende was.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank haar oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de cassatieklachten faalden. Daarmee bleef de vaststelling van het Nederlanderschap van de verzoekster in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vaststelling van het Nederlanderschap op grond van bezit van staat wordt bevestigd.