ECLI:NL:HR:2008:BD2714

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11505
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep cassatie wegens overschrijding termijn in nationaliteitszaak

Verzoekers hebben bij de rechtbank 's-Gravenhage verzocht om vaststelling van hun Nederlandse nationaliteit. De rechtbank wees dit verzoek bij beschikking van 7 juni 2007 af. Verzoekers stelden vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Staat der Nederlanden heeft geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden na de beschikking van de rechtbank was ingediend. Op grond van artikel 426 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het beroep daarom niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad verklaarde verzoekers niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep en veroordeelde hen in de kosten van het geding, die aan de zijde van de Staat nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Hammerstein, van Oven en Asser op 11 juli 2008.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens overschrijding van de cassatietermijn.

Uitspraak

11 juli 2008
Eerste Kamer
07/11505
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoeker 2],
3. [Verzoeker 3],
allen wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.G. Evers,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 4 april 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift hebben [verzoeker] c.s. zich gewend tot die rechtbank en verzocht vast te stellen dat zij in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit.
De Staat heeft bij brief van 5 februari 2007 geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
De rechtbank heeft bij beschikking van 7 juni 2007 het verzoek afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] c.s. in hun cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De bestreden beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage is uitgesproken op 7 juni 2007. Ingevolge art. 426 lid 1 Rv Pro. kon hiertegen uiterlijk op 7 september 2007 cassatieberoep worden ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is niet binnen deze termijn ingediend, zodat verzoekers niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk in hun beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.