ECLI:NL:PHR:2012:BU7361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht ondanks beroep op hardheidsclausule
In deze zaak heeft Watapana Investment N.V. cassatieberoep ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het cassatieberoep werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken na uitroeping van de zaak was voldaan.
Watapana betaalde het griffierecht pas op 14 oktober 2011, terwijl de termijn op 30 september 2011 afliep. Ondanks dat Watapana een beroep deed op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv in verbinding met artikel 409a lid 3 Rv, werd dit beroep verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de advocaat van Watapana geacht wordt op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de gevolgen van overschrijding daarvan.
De aangevoerde argumenten, waaronder een vermeend vertrouwen op een rekening-courantregeling en onduidelijkheid over de hoogte van het griffierecht, werden niet aanvaard. Ook een onjuiste mededeling in een nota griffierecht leidde niet tot toepassing van de hardheidsclausule. De Hoge Raad benadrukte dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid een prikkel is om het incassorisico van de Staat te beperken.
Daarmee kon Watapana niet in haar cassatieberoep worden ontvangen en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Watapana Investment N.V. is niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht.