ECLI:NL:PHR:2012:BU6508
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring bevoegdheid tot vernietiging effectenleaseovereenkomsten wegens ontbreken toestemming echtgenote
Deze zaak betreft de verjaring van de bevoegdheid van de echtgenote om zich te beroepen op de vernietigbaarheid van effectenleaseovereenkomsten wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming zoals vereist in het Burgerlijk Wetboek. De echtgenote had buitengerechtelijk vernietiging ingeroepen, maar Dexia stelde dat deze bevoegdheid was verjaard omdat de echtgenote al meer dan drie jaar bekend was met de overeenkomsten.
De kern van het geschil lag in de vraag wanneer de verjaringstermijn aanvangt: dit is het moment waarop de echtgenote daadwerkelijk bekend is geworden met het bestaan van de overeenkomsten. Dexia voerde aan dat betalingen op een gezamenlijke 'en/of'-rekening van de echtgenoten waren gedaan en dat bankafschriften, die mede aan de echtgenote waren gericht, haar kennis van de overeenkomsten aannemelijk maakten.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de stellingen van de echtgenoot dat de echtgenote geen kennis had genomen van de bankafschriften onvoldoende gemotiveerd waren en dat Dexia aan haar stelplicht had voldaan. Het hof wees het bewijsaanbod van tegenbewijs af omdat de betwisting niet concreet genoeg was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat subjectieve bekendheid moet worden vastgesteld aan de hand van feiten en omstandigheden, waarbij een zekere mate van objectivering is toegestaan. Het hof heeft geen onjuiste rechtsopvatting gehanteerd en het oordeel is niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de bevoegdheid van de echtgenote tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten was verjaard.