ECLI:NL:GHAMS:2010:BV2342
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vernietiging effectenleaseovereenkomsten door echtgenote is verjaard
In deze zaak gaat het om de vraag of de echtgenote van [appellant] bevoegd was om effectenleaseovereenkomsten te vernietigen wegens het ontbreken van haar toestemming. [Appellant] had in 1999 en 2001 twee leaseovereenkomsten gesloten met Dexia, waarbij hij effecten leaset en rente verschuldigd was. De leaseovereenkomsten zijn beëindigd met een restschuld die [appellant] grotendeels onbetaald liet.
De echtgenote van [appellant] heeft in 2004 de leaseovereenkomsten buitenrechtelijk vernietigd op grond van het ontbreken van haar toestemming. [Appellant] vorderde daarop terugbetaling van de betaalde bedragen, terwijl Dexia betaling van de restschuld vorderde. De kantonrechter wees de vordering van [appellant] af en kende Dexia gedeeltelijk toe.
Het hof oordeelt dat de bevoegdheid tot vernietiging aan de echtgenote ten dienste kwam vanaf het moment dat zij met het bestaan van de overeenkomsten bekend was, ongeacht kennis van de precieze inhoud. Uit bankafschriften van een gezamenlijke rekening, die ook aan de echtgenote waren gericht, blijkt dat zij al in 1999 en 2001 bekend was met de leaseovereenkomsten. Hierdoor is de verjaringstermijn van drie jaar verlopen toen zij in 2004 de vernietiging probeerde uit te oefenen.
Het hof verwerpt de stellingen van [appellant] dat de echtgenote pas later bekend werd met de overeenkomsten en dat zij geen kennis had genomen van de bankafschriften. Er is onvoldoende bewijs voor deze betwisting. Daardoor is de vernietiging niet rechtsgeldig en blijft [appellant] gehouden aan de betaling van de restschuld.
Ten slotte oordeelt het hof dat de vorderingen van [appellant] tot schadevergoeding en wijziging van de kredietregistratie niet toewijsbaar zijn. Het principaal en incidenteel beroep worden verworpen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de bevoegdheid tot vernietiging van de leaseovereenkomsten door de echtgenote is verjaard, waardoor [appellant] gehouden blijft tot betaling van de restschuld.