ECLI:NL:PHR:2012:BU5254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Heimelijk filmen in omkleedhokje vormt dwingen tot ontuchtige handelingen
In deze zaak stond centraal of het heimelijk fotograferen en/of filmen van een persoon in een omkleedhokje van een zwembad kan worden gekwalificeerd als het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen zoals bedoeld in artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte op 24 augustus 2008 in een zwembad in Utrecht heimelijk met een camera onder het afgesloten kleedhokje van de aangeefster had gefilmd terwijl zij gedeeltelijk naakt was.
De Hoge Raad overwoog dat het filmen op zichzelf geen seksuele gedraging is, maar dat onder bijzondere omstandigheden, zoals heimelijkheid, onverhoedsheid, de naakte toestand van het slachtoffer en de ontuchtige intentie van de filmer, het filmen wel een ontuchtig karakter kan krijgen. Het hof had geoordeeld dat het heimelijk steken van een camera onder de scheidingswand van het kleedhokje en het filmen van een persoon die zich omkleedt, als het verrichten van ontuchtige handelingen kan worden aangemerkt.
Daarnaast heeft het hof het begrip 'dwang' ruim uitgelegd: niet alleen lichamelijke dwang, maar ook situaties waarin de dader door onverhoeds handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich verzet. Omdat het slachtoffer zich in het afgesloten kleedhokje niet kon verzetten tegen het heimelijke filmen, was sprake van dwang. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de bewezenverklaring en rechtsopvatting van het hof.
De uitspraak benadrukt het belang van seksuele zelfbeschikking en bevestigt dat heimelijk filmen in een dergelijke context een ernstige inbreuk vormt die strafrechtelijk kan worden aangepakt als feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat heimelijk filmen in een kleedhokje dwingen tot ontuchtige handelingen oplevert en verwierp het cassatieberoep.