ECLI:NL:HR:2011:BP1379
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen zonder lichamelijk contact
Op 5 juni 2007 drong de verdachte onuitgenodigd en grotendeels ontkleed de woning van het slachtoffer binnen, sloot de deur en gedroeg zich op een wijze die het slachtoffer dwong tot het dulden van ontuchtige handelingen. De verdachte toonde herhaaldelijk zijn stijve geslachtsdeel, masturbeerde zichtbaar en deed seksuele avances terwijl het slachtoffer zich duidelijk verzette en angstig was.
De verdachte ontkende dwang te hebben uitgeoefend en stelde dat het slachtoffer instemde met zijn aanwezigheid en handelingen. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van het slachtoffer geloofwaardig waren en dat sprake was van feitelijke aanranding van de eerbaarheid en wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De Hoge Raad bevestigde dat dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen ook kan bestaan zonder lichamelijk contact, mits uit de omstandigheden blijkt dat het slachtoffer daartoe is gedwongen. Gezien de interactie tussen verdachte en slachtoffer en de omstandigheden van het geval was het oordeel van het hof dat sprake was van dwang tot het dulden van ontuchtige handelingen niet onjuist of onbegrijpelijk.
Het cassatieberoep van de verdachte werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat sprake is van dwang tot het dulden van ontuchtige handelingen wordt bevestigd.