ECLI:NL:PHR:2011:BU3103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens hennepkwekerij in gehuurde woning ondanks onwetendheid huurder
De zaak betreft een vordering tot ontbinding van een huurovereenkomst voor woonruimte, nadat in de woning van de huurder een hennepkwekerij werd aangetroffen. De huurder was tijdens de hennepkweek gedetineerd en stelde dat een kennis verantwoordelijk was voor de kwekerij, zonder zijn medeweten.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de hennepkweek een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormt en dat de huurder daarvoor risicoaansprakelijk is op grond van artikel 7:219 BW Pro. Het hof liet in het midden of de huurder daadwerkelijk wist van de kwekerij, maar concludeerde dat de belangen van de verhuurder bij ontbinding zwaarder wegen dan het woonbelang van de huurder.
De Hoge Raad bevestigt deze benadering en benadrukt dat het ontbreken van wetenschap over de tekortkoming meegewogen kan worden bij de beoordeling of ontbinding gerechtvaardigd is. De belangenafweging is feitelijk en contextgebonden, waarbij een ernstige tekortkoming die aan de huurder kan worden toegerekend, ook zonder persoonlijke betrokkenheid, kan leiden tot ontbinding. De klachten van de huurder over het oordeel en de motivering van het hof worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontbinding van de huurovereenkomst wegens hennepkwekerij in de woning, ondanks de onwetendheid van de huurder.