ECLI:NL:PHR:2011:BT7545
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie van gehuurde als ongebouwd onroerend goed en afwijzing beschermend huurrecht
In deze zaak vordert de Gemeente Den Haag ontruiming van een perceel grond waarop eisers een autosloperij exploiteren. De huurovereenkomst werd in 1971 gesloten en later door indeplaatsstelling voortgezet door de eisers. Het hof kwalificeerde het gehuurde als ongebouwd onroerend goed, waardoor de beschermende bepalingen van het huurrecht niet van toepassing zijn.
De eisers voerden aan dat het gehuurde als bedrijfsruimte moest worden aangemerkt en dat de gemeente hen bij opzegging een alternatieve locatie had moeten aanbieden. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat de aanwezigheid van opstallen zoals loodsen en een kantoor niet leidt tot een andere kwalificatie dan ongebouwd onroerend goed. Ook is er geen wettelijke verplichting voor de verhuurder om een alternatieve locatie te bieden bij opzegging van huur van ongebouwd onroerend goed.
De Hoge Raad benadrukt dat het huurrecht voor bedrijfsruimte en woonruimte beschermende regels kent die niet doorlopen naar ongebouwd onroerend goed. De klachten van de eisers bieden geen grond voor vernietiging van het arrest van het hof. De ontruimingsvordering van de gemeente wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het gehuurde ongebouwd onroerend goed is en wijst de cassatieklachten af, waardoor de ontruimingsvordering van de gemeente toewijsbaar blijft.