ECLI:NL:PHR:2011:BS8805
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onteigeningszaak Eendragtspolder met focus op waardering en dwangbestemming
In deze cassatieprocedure staat de hoogte en waarderingsgrondslag van de schadeloosstelling wegens onteigening centraal. De gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle stelde bestemmingsplannen vast voor grootschalige waterberging en recreatie in de Eendragtspolder, waarop de onteigening van percelen van eiser plaatsvond. De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op basis van agrarische waarde, waarbij werd geoordeeld dat geen sprake was van een dwangbestemming en dat het onteigende geen deel uitmaakte van een complex.
Eiser stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte artikel 40d van de Onteigeningswet niet had toegepast, waardoor de waardering niet rekening hield met het complex als geheel, en dat artikel 40c, onder 3, niet was toegepast om de dwangbestemming weg te denken, wat tot een hogere schadeloosstelling zou leiden. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar oordeel voldoende motiveerde en dat de feitelijke vaststellingen niet onbegrijpelijk waren. De rechtbank had terecht geoordeeld dat geen sprake was van een dwangbestemming, mede gelet op de gemeentelijke invloed en financiële bijdrage.
De Hoge Raad verwierp de middelen van eiser en bevestigde dat het onteigende geen deel uitmaakt van een complex en dat de bestemming niet als dwangbestemming kan worden aangemerkt. De schadeloosstelling is daarmee correct vastgesteld op basis van de agrarische waarde zonder toevoeging van verwachtingswaarde. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld op basis van agrarische waarde zonder toepassing van complexwaardering of dwangbestemming.