ECLI:NL:PHR:2011:BS8800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigende gronden zonder toepassing dwangbestemming en complexbegrip
De zaak betreft de vaststelling van schadeloosstelling voor onteigende gronden in de Eendragtspolder, bestemd voor grootschalige waterberging en recreatie. De gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle stelde bestemmingsplannen vast die deze functies mogelijk maken. Het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) voerde de onteigening uit ten behoeve van deze plannen.
De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op basis van de agrarische waarde van de gronden, waarbij zij oordeelde dat geen sprake was van een dwangbestemming die de waarde zou moeten beïnvloeden, noch van een complex in de zin van artikel 40d van de Onteigeningswet. De eisers stelden dat de rechtbank ten onrechte deze bepalingen niet toepaste, waardoor zij een onvolledige schadeloosstelling ontvingen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de waterberging en recreatieve bestemming een zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling vormen zonder dwangbestemming. De gemeente had invloed op de situering en financiering van het bestemmingsplan, waardoor het niet als een dwangbestemming kan worden aangemerkt. Ook is geen complex aanwezig dat de waardering zou moeten egaliseren. De cassatiemiddelen worden verworpen, waarmee de schadeloosstelling conform de agrarische waarde blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling blijft gebaseerd op de agrarische waarde zonder toepassing van dwangbestemming of complexbegrip.