ECLI:NL:PHR:2011:BS1686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake schadeloosstelling onteigening Eendragtspolder
In deze zaak staat de hoogte en wijze van berekening van de schadeloosstelling wegens onteigening van landbouwgronden in de Eendragtspolder centraal. De gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle stelde bestemmingsplannen vast voor grootschalige waterberging en recreatie, waarop het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) onteigening baseerde. De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op agrarische waarde, vermeerderd met bijkomende schade.
[Eiseres] betoogde dat het bestemmingsplan een dwangbestemming vormde die bij waardering buiten beschouwing moest blijven (art. 40c Ow), en dat de gronden deel uitmaakten van een complex (art. 40d Ow) waardoor een hogere waardering op zijn plaats was. Ook stelde zij aanspraak te maken op vergoeding van kosten van wederbelegging en vergoeding voor winbare bodembestanddelen (zandwinning).
De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van een dwangbestemming, omdat de gemeente invloed had op de bestemmingen en financieel bijdroeg aan het plan, en dat de waterberging en recreatie een zelfstandige ontwikkeling vormden, los van omliggende gebieden. De gronden behoorden niet tot een complex in de zin van artikel 40d Ow. De rechtbank wees de vergoeding van kosten van wederbelegging af omdat niet was voldaan aan de criteria voor duurzame belegging en redelijk belang. Voorts werd onvoldoende aannemelijk geacht dat er waardevolle zandwinning mogelijk was.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De rechtbank heeft de feiten zorgvuldig gewogen en het recht juist toegepast, waarbij de motivering toereikend is. De schadeloosstelling is daarmee definitief vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld conform de uitspraak van de rechtbank.