ECLI:NL:PHR:2011:BR5312
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling benoeming bijzondere curator en verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarigen
Deze zaak betreft het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator over twee minderjarige kinderen uit een gezin van acht, en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van deze kinderen. De rechtbank en het hof hadden eerder beslissingen genomen over de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van de kinderen, waarbij onder meer de belangen van de kinderen en de rol van Bureau Jeugdzorg centraal stonden.
De kern van het geschil was of de oudste broer als belanghebbende kon optreden in procedures over de uithuisplaatsing van zijn broers en zussen. Het hof had geoordeeld dat hij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het gezag en de rechten en verplichtingen per individueel kind moeten worden beoordeeld, waarbij alleen de met gezag belaste ouders, het kind zelf (vanaf twaalf jaar) en anderen die het kind verzorgen als belanghebbenden gelden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator alleen kan worden toegewezen bij een wezenlijk conflict tussen het kind en zijn wettelijke vertegenwoordiger. Het hof hoefde daarom niet te beoordelen of de taakuitoefening van de bijzondere curator adequaat was, omdat het verzoek van de oudste broer niet ontvankelijk was. Het cassatieberoep wordt afgewezen en verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing blijft in stand.