ECLI:NL:PHR:2011:BR2222
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt verzuim Hof bij aftrek voorarrest in medeplegen vrijheidsberoving
Verdachte is door het hof veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het hof wees tevens een schadevergoeding toe en gelastte teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen.
Verdachte stelde vijf cassatiemiddelen voor, waaronder dat het hof de strafmotivering onvoldoende had onderbouwd, het bewijs onjuist had gewogen en dat het hof niet had bepaald dat de voorarresttijd in mindering zou worden gebracht. De Hoge Raad verwierp de eerste vier middelen, onder meer omdat het hof voldoende gemotiveerd had en het bewijs niet onjuist had gewogen.
Het vijfde middel slaagde: het hof had moeten bepalen dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis had doorgebracht, in mindering zou worden gebracht op de straf. De Hoge Raad herstelt dit verzuim ambtshalve en beveelt dat deze aftrek alsnog wordt toegepast. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt aftrek van de voorarresttijd van de opgelegde gevangenisstraf.